Slimmer stoken: minder rook, minder overlast

Niet stoken is het beste voor de lucht. Stook je toch, dan maakt het veel uit hoe je het doet. Een goed brandend vuur geeft minder rook en minder overlast.

Kies het moment

Kijk eerst naar het advies van de Stookwijzer. Bij code geel geeft stoken de minste overlast. Bij oranje is het beter om het niet te doen, en bij rood stook je niet. Stook ook niet bij mist of als het windstil is.

Wat stook je wel en niet?

  • Wel: droog, schoon en onbehandeld hout, of speciale briketten. Droog hout herken je aan scheurtjes en loszittende bast.
  • Niet: afval zoals oud papier, plastic en textiel, sloophout, en geverfd, gebeitst of geïmpregneerd hout.

Let op het vuur

  • Een goed vuur heeft heldere, gele vlammen en geeft witte of bijna onzichtbare rook.
  • Donkere rook betekent dat het vuur slecht brandt: te weinig lucht, slechte trek of nat hout.
  • Ventileer goed, zeker in een goed geïsoleerd huis.

Laat je schoorsteen vegen

Laat je schoorsteen elk jaar vegen en controleer hem op verstoppingen, zoals een vogelnest. Een verstopte schoorsteen kan rook en koolmonoxide het huis in laten komen.

Deze tips komen uit de factsheet houtstook van GGD Zeeland, die verwijst naar het Longfonds, Milieu Centraal en de Stookwijzer.

Wil je weten wanneer je beter niet stookt? Krijg een mail bij code oranje of rood.